ECLI:NL:RBMNE:2024:6536

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
29 november 2024
Zaaknummer
58350 HA RK 24-178
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek ongegrond verklaard wegens ontbreken van vooringenomenheid rechter

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter in de hoofdzaak, omdat hij meende dat zijn zaak niet eerlijk werd behandeld doordat hij vanwege inbeslagname van zijn telefoon geen stukken kon aanleveren, terwijl de tegenpartij dat wel kon. Verzoeker wilde dat de behandeling werd uitgesteld totdat hij zijn telefoon terug had, anders achtte hij de rechters partijdig en had hij geen vertrouwen meer in hen.

De rechter besloot de mondelinge behandeling door te laten gaan omdat beide partijen en hun advocaten aanwezig waren en het probleem van de inbeslaggenomen telefoon op de zitting besproken kon worden. De rechter gaf aan dat het doorgaan van de zitting niet uitsloot dat verzoeker later nog stukken kon aanleveren.

De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing zoals het doorzetten van de mondelinge behandeling geen reden is voor wraking tenzij er objectief bewijs is van vooringenomenheid. Uit de motivering van de rechter bleek geen aanwijzing van vooringenomenheid. Het negatieve gevoel van verzoeker over de beslissing was onvoldoende om onpartijdigheid te betwijfelen. Daarom verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek ongegrond en bepaalde dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 58350 HA RK 24-178
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van26 november 2024
op het verzoek in de zin van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker),
bijgestaan door mr. E. Doornbos, advocaat in Badhoevedorp.

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 10 oktober 2024 per emailbericht
“de rechters”gewraakt in de zaak met het zaaknummer 568543 HL ZA 24-11 (hierna: de hoofdzaak). Omdat verzoeker een gemachtigde heeft en er sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging, heeft de rechtbank op 14 oktober 2024 aan de gemachtigde van verzoeker medegedeeld dat het wrakingsverzoek (mede) moet worden ondertekend door hem of door een andere advocaat. In reactie hierop heeft de gemachtigde van verzoeker op 28 oktober 2024 een door hem ondertekende versie van het wrakingsverzoek ingediend. In de hoofdzaak is mr. J.M. van Jaarsveld de behandelend rechter (hierna: de rechter).
1.2.
Het wrakingsverzoek is op 12 november 2024 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer.
1.3.
Verzoeker en zijn gemachtigde hebben zich op 8 november 2024 per e-mailbericht afgemeld voor de zitting. De rechter heeft vooraf een schriftelijke reactie ingediend en zich ook afgemeld.
1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. Volgens hem wordt zijn zaak niet eerlijk behandeld omdat de tegenpartij stukken kan insturen en hij niet. Dit heeft te maken met het feit dat zijn telefoon in beslag is genomen. Verzoeker vindt dat de rechter moet wachten met de behandeling van de zaak tot hij zijn telefoon terug heeft, zodat hij ook stukken kan aanleveren. Als dat niet gebeurt dan vindt verzoeker de rechters partijdig. Hij heeft dan ook geen vertrouwen meer in de rechters.
2.2.
De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. Zij heeft in haar reactie aangegeven dat verzoeker enkele dagen voor de geplande mondelinge behandeling heeft verzocht om aanhouding van de zaak, omdat de mobiele telefoon van verzoeker in beslag was genomen. De wederpartij maakte bezwaar tegen aanhouding. De rechter heeft besloten om de mondelinge behandeling toch door te laten gaan omdat beide partijen en hun advocaten aanwezig konden zijn. Op de zitting kon besproken worden hoe het probleem van de in beslag genomen telefoon aangepakt zou worden. Dat de mondelinge behandeling zou doorgaan, betekent volgens de rechter niet dat er geen gelegenheid zou kunnen worden geboden om (op een later moment) stukken aan te leveren. Er is daarom volgens de rechter geen sprake van (schijn van) partijdigheid door te beslissen dat de mondeling behandeling zou doorgaan.

3.De beoordeling

Het toetsingskader
3.1.
In artikel 36 Rv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij of zij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij of zij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.
Het oordeel van de wrakingskamer
3.3.
De beslissing van de rechter om de mondelinge behandeling toch door te laten gaan is een procesbeslissing. Een procesbeslissing is alleen een reden voor wraking als uit die beslissing of uit de motivering daarvan objectief gezien blijkt dat de rechter vooringenomen is. De wrakingskamer moet daarbij kijken naar alle feiten en omstandigheden die tot de procesbeslissing hebben geleid. Dat verzoeker vindt dat die beslissing voor hem negatief is, is dus op zichzelf geen reden voor wraking. [1] De wrakingskamer begrijpt uit het wrakingsverzoek dat verzoeker het idee had dat hij niet meer in de gelegenheid zou zijn om stukken in te dienen als er geen uitstel van de zitting zou worden verleend. De rechter heeft in haar reactie aangegeven dat daar geen sprake van was, omdat zij het voornemen had om de bewijspositie van verzoeker te bespreken tijdens de mondelinge behandeling en om te onderzoeken wat er op dat vlak nog mogelijk en nodig was. Deze uitleg vindt de wrakingskamer niet onbegrijpelijk en daaruit blijkt ook niet dat sprake is van vooringenomenheid bij de rechter.
3.4.
De conclusie is dat het wrakingsverzoek ongegrond is.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart het wrakingsverzoek ongegrond;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 568543 HL ZA 24-11 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek;
Deze beslissing is genomen door mr. N.M. Spelt, voorzitter, en mr. L.C. Michon en
mr. I.L. Gerrits als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door
mr. B.L. Kosterman-Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.