ECLI:NL:RBMNE:2024:6572

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2024
Publicatiedatum
2 december 2024
Zaaknummer
UTR 23/4786
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht na afwijzing verzoek betalingsonmacht

Eiser heeft op 29 september 2023 beroep ingesteld tegen een bestuursrechtelijk besluit. De rechtbank heeft het griffierecht van €184,- vastgesteld en een termijn gesteld waarbinnen dit betaald moest worden. Eiser heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek is afgewezen omdat hij niet voldeed aan de criteria.

Na een aangetekende aanmaning om het griffierecht alsnog te betalen, welke op 24 september 2024 is ontvangen, heeft eiser niet betaald en geen geldige reden gegeven voor het uitblijven van betaling. De rechtbank is daardoor niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 20 november 2024 zonder zitting, omdat dat niet noodzakelijk was.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4786

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

Openbaar Ministerie Midden-Nederland, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 29 september 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht te niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser heeft gevraagd of hij het griffierecht niet hoeft te betalen, omdat hij dit bedrag niet kan betalen. In de brief van 13 augustus 2024 heeft de rechtbank eiser gevraagd naar nadere gegevens over zijn inkomen en vermogen. Op 19 augustus 2024 heeft eiser hierop gereageerd. De rechtbank heeft eiser op 21 augustus 2024 een brief gestuurd waarin staat dat zijn verzoek is afgewezen, omdat hij niet voldoet aan de criteria van betalingsonmacht. De rechtbank heeft eiser op 19 september 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd en voor ontvangst getekend op 24 september 2024.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.