ECLI:NL:RBMNE:2024:6606

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2024
Publicatiedatum
4 december 2024
Zaaknummer
11255714
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis incasso openstaande zorgfacturen wegens onduidelijkheid vergoeding

Infomedics vordert betaling van openstaande facturen voor behandelingen van gedaagde bij een zorginstelling, die deels niet door de zorgverzekeraar zijn vergoed. Gedaagde stelt dat vooraf is toegezegd dat de behandelingen volledig vergoed zouden worden, en dat een wijziging in de codering van de behandeling ten onrechte tot weigering van vergoeding heeft geleid.

De kantonrechter constateert dat Infomedics onvoldoende heeft onderbouwd waarom de behandeling niet langer werd vergoed en waarom er twee declaraties voor dezelfde behandelingsdatum zijn ingediend. De vermeende dubbele declaraties worden deels afgewezen, waardoor de hoofdsom wordt verminderd.

De rechter beveelt Infomedics om nadere informatie te verstrekken over de codering en declaraties, waarna gedaagde mag reageren. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling na deze uitwisseling van stukken.

Uitkomst: De rechter wijst betaling deels toe maar houdt verdere beslissing aan voor nadere informatie over vergoeding en declaraties.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11255714 \ UC EXPL 24-5400
Vonnis van 11 december 2024
in de zaak van
INFOMEDICS B.V., MEDE HANDELEND ONDER DE NAMEN INFOMEDICS FACTORING, UWNOTA.NL, DFA SERVICES EN INFOMEDICS DFA,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] kreeg behandeling bij [onderneming] , hierna te noemen [onderneming] . In tegenstelling tot wat [gedaagde] verwachtte, werd deze behandeling niet helemaal vergoed door de verzekeraar. Nu int Infomedics de openstaande rekeningen. Het is nog niet duidelijk of [gedaagde] deze allemaal moet betalen. Daarvoor is meer informatie nodig van Infomedics.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet in beginsel betalen
3.1.
Infomedics vordert betaling van de nog openstaande facturen van [onderneming] voor de behandeling van [gedaagde] . Het gaat in totaal om € 572,60, vermeerderd met rente en kosten. [gedaagde] hoeft niet te betalen als al is betaald door de zorgverzekeraar van [gedaagde] . Volgens [gedaagde] heeft hij vooraf aan [onderneming] gevraagd of de behandelingen zouden worden vergoed door zijn zorgverzekeraar. Dit was voor hem essentieel. [onderneming] heeft dat bevestigd. Infomedics betwist dat. Omdat [gedaagde] niet specifiek is over wie hem namens [onderneming] deze toezegging heeft gedaan, staat die toezegging niet vast.
Waarom kwam de behandeling niet langer voor vergoeding in aanmerking?
3.2.
Volgens [gedaagde] is tegen hem gezegd dat hij ergotherapie zou krijgen. Ergotherapie is verzekerde zorg en wordt 100% vergoed door de gecontracteerde verzekeraars, zo zegt [onderneming] op haar website. De verzekeraar van [gedaagde] is een gecontracteerde verzekeraar. Volgens [gedaagde] is de behandeling in de eerste periode ook aangemerkt als ergotherapie met code ELV 88/5000 en (daarom) door zijn verzekeraar vergoed. Dat blijkt uit de stukken die hij overlegt. Hier past ook bij dat hem vooraf is verteld dat hij zich geen zorgen hoefde te maken over de kosten; deze werden vergoed uit de basisverzekering. Hij moest wel zijn eigen risico betalen. Op enig moment is volgens [gedaagde] de behandeling door [onderneming] met een andere codering aan de verzekeraar doorgegeven, namelijk als behandeling van een chronische ziekte 04/1000. Daardoor werd de behandeling niet langer vergoed, dit terwijl de behandeling zelf niet was veranderd.
3.3.
Infomedics mag reageren op de stelling van [gedaagde] dat zijn behandeling ten onrechte niet langer is aangemerkt als ergotherapie. Als de codering inderdaad is gewijzigd en de behandeling daarom niet meer werd vergoed door de zorgverzekeraar van [gedaagde] , is de vraag waarom dat is gebeurd. Ook is de vraag of [onderneming] vóór die aanpassing tegen [gedaagde] heeft gezegd dat de behandeling niet meer zou worden vergoed. Als de behandeling ten onrechte is gewijzigd qua codering en alsnog moet worden aangemerkt als ergotherapie of een andere behandeling die de verzekeraar vergoedt, of als de wijziging in codering niet vooraf is besproken met [gedaagde] , mag Infomedics uitleggen welk bedrag zij dan nog vordert en waarom. Daarbij is ook van belang dat [onderneming] rechtstreeks declareerde bij de verzekeraar van [gedaagde] .
Waarom twee declaraties van een behandeling op dezelfde datum?
3.4.
Daarnaast valt op dat [onderneming] soms twee declaraties heeft ingediend voor een behandeling op dezelfde datum. Volgens [gedaagde] zijn dat dubbele declaraties. Het gaat om de declaraties voor behandeling op 19, 20, 25 en 30 januari 2023 van 4 x € 40,90 =
€ 163,60. Infomedics vordert betaling daarvan. De behandeling op die dagen is ook door de zorgverzekeraar vergoed. Volgens Infomedics gaat het niet om dubbele declaraties. Zij werkt dat verder niet uit, terwijl het niet zonder meer voor de hand ligt dat [gedaagde] op één dag twee behandelingen heeft gehad. Infomedics heeft daarmee onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] de behandeling op deze dagen nog moet betalen. De hoofdsom zal dus in ieder geval worden verminderd met € 163,60.
Hoe nu verder?
3.5.
Infomedics mag nadere informatie geven. Daarop mag [gedaagde] reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
woensdag 8 januari 2025voor het nemen van een akte door Infomedics over wat is vermeld onder 3.3., waarna de [gedaagde] op de rol van 4 weken daarna een antwoordakte kan nemen,
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2024.
1006