In deze verzetsprocedure in kort geding stond de verhuizing van de moeder met de kinderen centraal. De moeder was zonder toestemming van de vader verhuisd en had bij verstek vervangende toestemming van de rechtbank gekregen om met de kinderen te verhuizen. De vader stelde verzet in tegen dit verstekvonnis en vorderde onder meer vernietiging van het vonnis en terugverhuizing van de moeder met de kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzet tijdig en ontvankelijk was. Vervolgens werd het verstekvonnis vernietigd omdat de moeder geen vervangende toestemming had gekregen indien de rechtbank alle feiten had gekend, waaronder het feit dat zij al was verhuisd voordat de procedure was gestart. De moeder had onvoldoende aangetoond dat zij moest verhuizen vanwege ontruimingsgevaar of andere noodzaak.
De rechter beval de moeder binnen drie maanden terug te verhuizen naar een woning binnen 15 kilometer van de woning van de vader. Tevens werd bepaald dat de moeder het halen en brengen van de kinderen op zich moet nemen totdat zij terugverhuisd is. De zorgregeling bleef ongewijzigd. De kosten werden gecompenseerd en de beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.