De rechtbank Midden-Nederland behandelde een bestuursrechtelijke zaak over een WIA-uitkeringsbesluit van het UWV, waarbij een gebrek in het arbeidskundig onderzoek werd vastgesteld. In een eerdere tussenuitspraak werd geconcludeerd dat de toelichting op item 1.8.1 van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was toegepast, wat leidde tot een onjuist medisch en arbeidskundig onderzoek. Het UWV kreeg de gelegenheid dit gebrek te herstellen.
Het UWV heeft daarop nieuwe arbeidsdeskundige rapporten overgelegd waarin de functie van teamondersteuner verviel, maar het arbeidsongeschiktheidspercentage gelijk bleef. Eiser stelde dat de geduide functies niet passen bij zijn beperkingen, omdat deze functies intensieve auditieve en visuele prikkels bevatten, wat niet overeenkomt met de aangepaste FML. Het UWV stelde dat de functies geschikt zijn omdat er geen sprake is van intense auditieve en visuele belasting en dat rekening is gehouden met recuperatietijd.
De rechtbank volgde de motivering van de arbeidsdeskundige en arbeidsanalist en oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat hij de functies niet kan verrichten. Het beroep wordt gegrond verklaard wegens het eerdere gebrek, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het UWV het gebrek heeft hersteld. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.