Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de akte overlegging producties van [partij I]
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen sloten op 6 januari 2022 een overeenkomst van opdracht waarbij [partij I] het financiële beleid en de administratie van [partij II] zou uitvoeren. [partij II] betaalde niet alle facturen en stelde dat [partij I] de gewerkte uren onvoldoende had onderbouwd, vorderde terugbetaling en schadevergoeding wegens wanprestatie.
De rechtbank oordeelde dat de uren vooraf waren afgestemd met de voormalige bestuurder van [partij II], zodat de facturen tot oktober 2022 terecht waren. Voor de periode november 2022 tot januari 2023 moest [partij I] aannemelijk maken dat de uren daadwerkelijk waren gemaakt, wat voldoende was gebeurd. Daarom moet [partij II] de openstaande facturen inclusief wettelijke handelsrente betalen.
De vordering van [partij II] tot het verkrijgen van een urenspecificatie en correspondentie werd afgewezen omdat dit niet contractueel was vereist en onvoldoende relevant was. De stelling van wanprestatie door [partij II] werd niet bewezen; de rechtbank vond dat [partij I] de zorg van een goed opdrachtnemer had betracht, ook gezien de implementatie van nieuwe systemen.
De rechtbank wees de schadevergoeding af, kende een vergoeding toe voor buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke maximum en veroordeelde [partij II] in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [partij II] tot betaling van openstaande facturen en incassokosten en wijst de vordering tot schadevergoeding af.