ECLI:NL:RBMNE:2024:6705
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen terugvordering zorgtoeslag wegens overschrijding vermogensgrens
Eiser heeft een voorschot zorgtoeslag ontvangen voor het jaar 2022. Later ontving de Dienst Toeslagen gegevens waaruit bleek dat het vermogen van eiser op 1 januari 2022 boven de toegestane vermogensgrens lag. Op basis hiervan heeft Dienst Toeslagen de zorgtoeslag definitief op nul vastgesteld en het voorschot teruggevorderd.
Eiser voerde aan dat zijn vermogen op 1 juli 2022 was gedaald tot onder de vermogensgrens en dat hij daarom recht had op zorgtoeslag. De rechtbank overweegt dat de peildatum voor het vermogen wettelijk is vastgesteld op 1 januari van het toeslagjaar en dat deze peildatum en de vermogensgrens dwingende bepalingen zijn. Omdat eiser niet betwist dat zijn vermogen op de peildatum boven de grens lag, is hij niet gerechtigd tot zorgtoeslag.
De rechtbank concludeert dat de hardheidsclausule niet van toepassing is in deze zaak en dat Dienst Toeslagen terecht heeft vastgehouden aan het besluit tot terugvordering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is mondeling gedaan op 4 december 2024 en partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de terugvordering van zorgtoeslag wordt ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de vermogensgrens op de peildatum.