ECLI:NL:RBMNE:2024:6743
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling
Eiseres, voormalig werknemer met een gemiddelde werkweek van 28,19 uur, vroeg een WIA-uitkering aan na twee jaar ziekte. Het UWV wees de aanvraag af op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek, omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onjuist was en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank toetste of het UWV de afwijzing terecht baseerde op zorgvuldige rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Uit de medische stukken bleek dat eiseres diverse aandoeningen heeft, waaronder fibromyalgie en stemmingsklachten, maar dat zij zelfstandig is in zelfzorg en niet dermate beperkt is dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft. De verzekeringsarts had de beperkingen adequaat vertaald in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Eiseres voerde aan dat de urenbeperking te laag was en dat psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank volgde dit niet, omdat de aanvullende medische informatie en therapieën na de beoordelingsdatum niet relevant waren. Ook wees de rechtbank het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af.
De arbeidsdeskundige had op basis van de FML passende functies geselecteerd die niet de beperkingen van eiseres overschreden. Het beroep op artikel 9 van Pro het Schattingsbesluit faalde omdat eiseres niet had toegelicht welke voorzieningen een werkgever zou moeten treffen. De rechtbank concludeerde dat het UWV de afwijzing terecht had gebaseerd op de mate van arbeidsongeschiktheid en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.