ECLI:NL:RBMNE:2024:6764
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering voorschot huurtoeslag september 2023
Eiseres maakte bezwaar tegen de terugvordering van €628,- voorschot huurtoeslag over september 2023 door Dienst Toeslagen, omdat zij meende recht te hebben op huurtoeslag aangezien zij die maand huur betaalde voor de woning in Amsterdam. De rechtbank stelde vast dat eiseres en haar partner in juli 2023 waren verhuisd naar een verzorgingshuis in Utrecht en beiden vanaf respectievelijk 25 juli en 14 augustus 2023 op dat adres stonden ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen recht had op huurtoeslag voor september 2023 omdat zij niet meer op het toeslagadres was ingeschreven en daar ook niet haar hoofdverblijf had. De Wet op de huurtoeslag is dwingend, waardoor Dienst Toeslagen niet kan afwijken van de wettelijke vereisten. Er was geen bijzondere situatie die een afwijking rechtvaardigde.
Hoewel sprake was van een spoedopname in een verzorgingshuis en onzekerheid over de woonsituatie van de partner, achtte de rechtbank dit geen reden om af te wijken van de wet. Dienst Toeslagen had rekening gehouden met de inschrijving van de partner en had daarom de terugvordering over augustus 2023 niet gehandhaafd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van 15 december 2023 bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van het voorschot huurtoeslag over september 2023 is ongegrond verklaard.