ECLI:NL:RBMNE:2024:678
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen ministeriële beslissing over schuldencompensatie
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Financiën betreffende de afbetaling van haar schulden op grond van het Besluit betalen private schulden. De minister had haar aanvraag afgewezen omdat niet aan de voorwaarden van deze regeling was voldaan, met name vanwege schulden die na 31 mei 2021 opeisbaar zijn geworden.
Verzoekster trok haar beroep in nadat zij een bedrag van €7.613,68 ontving van het Ondersteuningsteam Ouders in het buitenland, een ander onderdeel van het ministerie, dat zij vermoedt als compensatie voor haar schulden. De rechtbank beoordeelde echter dat deze betaling niet voortkomt uit de regeling waarop haar beroep was gebaseerd en dat de minister daarmee niet aan haar beroep is tegemoetgekomen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenveroordeling daarom kennelijk ongegrond is en wees het verzoek af. Omdat het beroep is ingetrokken, werd niet inhoudelijk op het beroep zelf beslist. De uitspraak werd gedaan door rechter B. Fijnheer op 26 januari 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de minister niet aan verzoekster is tegemoetgekomen.