ECLI:NL:RBMNE:2024:6794
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen WOZ-waarde woning met aangepaste proceskostenvergoeding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, oorspronkelijk vastgesteld op €356.000,- voor het belastingjaar 2023. Na bezwaar werd de waarde gehandhaafd, waarna eiser het geschil aan de rechtbank voorlegde.
Tijdens de procedure is een compromis bereikt waarbij partijen overeenkwamen dat de waarde €320.000,- bedraagt. De rechtbank sluit zich hierbij aan en vernietigt de uitspraak op bezwaar. Tevens wordt de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.
De proceskostenvergoeding is onderwerp van geschil. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,5 vanwege het gebruik van een nieuwe referentiewoning door gemachtigde van eiser, wat leidde tot een verlaging van de waarde. Op basis hiervan wordt een vergoeding van €1.499,- toegekend, naast het griffierecht van €50,-.
De rechtbank wijst erop dat de vergoeding uitsluitend op een bankrekening van eiser mag worden uitbetaald conform artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ. De uitspraak is gedaan door rechter P. Lenstra en griffier E. Stumpel op 6 december 2024.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt verlaagd naar €320.000,- en proceskostenvergoeding van €1.499,- plus griffierecht van €50,- worden toegekend.