Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Na eerdere vernietiging van de beslissing op bezwaar door de rechtbank, moest de minister binnen 16 weken een nieuwe beslissing nemen. Hoewel een deelbesluit is genomen, betreft dit niet het volledige bezwaar, met name ontbreekt een besluit over de Ct-waarden.
De rechtbank oordeelt dat de minister een sterke prikkel nodig heeft om alsnog te besluiten en legt een dwangsom op van € 250 per dag, met een maximum van € 37.500. Het verzoek van eiser om een immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser. De minister wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een volledig besluit te nemen over het bezwaar betreffende de Ct-waarden.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier M.L. Bressers op 15 november 2024. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.