Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
2.Waar gaat de zaak over?
3.De feiten
bijlage 3van deze overeenkomst opgenomen vergoedingen en onkosten.”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen twee besloten vennootschappen over vergoedingen uit een agentuurovereenkomst die na opzegging door de opdrachtgever is geëindigd. De opdrachtnemer vordert betaling van nog niet uitbetaalde vergoedingen en een voorschot daarop. De opdrachtgever beroept zich op een contractuele bepaling die inhouding van vergoedingen toestaat bij onregelmatigheden, omdat de opdrachtnemer het concurrentie- en relatiebeding zou hebben geschonden.
De kantonrechter oordeelt dat uit de overeenkomst niet blijkt dat het niet aanleveren van minimaal vijf klanten per maand een verplichting was, noch dat overtreding van het concurrentie- of relatiebeding als onregelmatigheid in de zin van de overeenkomst geldt. Bovendien is het beroep op de klachtplicht door opdrachtgever niet tijdig gedaan. De primaire vordering tot betaling van 50% van de opslag en aansluitvergoedingen wordt daarom toegewezen.
De opdrachtgever moet ook de buitengerechtelijke incassokosten vergoeden. De incidentele vorderingen tot schorsing van executie en verhoging van dwangsommen worden afgewezen wegens gebrek aan belang nu de hoofdzaak is afgerond. De proceskosten worden aan de opdrachtgever opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter A.R. Creutzberg.
Uitkomst: Opdrachtgever is veroordeeld tot betaling van 50% van de opslag en aansluitvergoedingen aan opdrachtnemer, inclusief incassokosten en proceskosten.