Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
- [eiser 1] ;
- [eiser 2]
- mr. I. de Gram;
- de heer [A] , financieel adviseur van [gedaagde] .
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingzaak vorderen de bewindvoerders van onderbewindgestelde de ontruiming van de woning die door gedaagde wordt bewoond. De kern van het geschil betreft de vraag of de samenlevingsovereenkomst tussen onderbewindgestelde en gedaagde is geëindigd en de belangenafweging tussen de financiële noodzaak van onderbewindgestelde en het woonbelang van gedaagde.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de samenlevingsovereenkomst niet is beëindigd, ondanks het feitelijk eindigen van de samenwoning vanwege de opname van onderbewindgestelde in een verzorgingshuis. De financiële noodzaak van eisers berust op een gewijzigde fiscale situatie doordat geen gezamenlijke aangifte Inkomstenbelasting wordt gedaan, wat extra lasten veroorzaakt.
De belangenafweging leidt tot afwijzing van de vordering tot ontruiming, omdat onderbewindgestelde voldoende vermogen en inkomen heeft en de financiële situatie niet zodanig is dat ontruiming gerechtvaardigd is. Wel wordt aan gedaagde de voorwaarde gesteld om binnen één maand medewerking te verlenen aan een gezamenlijke belastingaangifte, om de financiële belangen van onderbewindgestelde te beschermen.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is mondeling gedaan door de voorzieningenrechter op 13 december 2024 in Lelystad.
Uitkomst: Vordering tot ontruiming afgewezen onder voorwaarde dat gedaagde medewerking verleent aan gezamenlijke belastingaangifte.