In deze civiele zaak vordert eiseres een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens tekortkomingen in de advisering door haar advocaat bij de overname van een onderneming. De rechtbank bevestigt het tussenvonnis waarin is vastgesteld dat de advocaat zijn zorgplicht heeft geschonden.
De rechtbank onderzoekt de causaliteit tussen de tekortkoming en de door eiseres gestelde schade. Het inkomensverlies wordt niet toegewezen omdat de arbeidsovereenkomst al was opgezegd voordat de overnameovereenkomst tot stand kwam. Wel wordt schade toegekend voor de kosten van het rapport ter waardebepaling en de lening die eiseres moest afsluiten voor de overname.
De advocaat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.548,80 voor het rapport en € 35.000 vermeerderd met rente vanaf 31 januari 2022, plus rente over € 10.000 die eiseres terugontving. Het beroep op eigen schuld wordt verworpen omdat eiseres onvoldoende kans had een afgewogen beslissing te nemen. De proceskosten worden aan de advocaat opgelegd.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.