Eiseres gebruikte in september en oktober 2023 het studentenreisproduct terwijl zij niet was ingeschreven bij een onderwijsinstelling, hetgeen een vereiste is voor het recht op dit product. Dit kwam door een misverstand waardoor haar inschrijving voor het studiejaar 2023/2024 niet was doorgezet. Nadat zij dit op 5 oktober 2023 ontdekte, heeft zij zich vanaf 1 november 2023 alsnog ingeschreven.
De minister legde een vergoeding van €488,44 op wegens het onrechtmatig gebruik van het studentenreisproduct. Eiseres ging hiertegen in bezwaar, maar de minister handhaafde het besluit. De rechtbank oordeelde dat het recht op het studentenreisproduct alleen bestaat bij geldige inschrijving en dat eiseres in de genoemde maanden niet aan deze voorwaarde voldeed.
De rechtbank overwoog dat het gebruik van het studentenreisproduct zonder recht tot betaling van een vergoeding leidt, tenzij er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn of het niet aan eiseres kan worden verweten dat zij het gebruik niet stopzette. Dit was hier niet het geval. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres moet de vergoeding betalen. Het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven.