De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 13 december 2024 een verzoek van een minderjarige om haar hoofdverblijfplaats te wijzigen naar de moeder en de zorgregeling aan te passen zodat zij om het weekend bij haar vader verblijft. De ouders, die gezamenlijk het ouderlijk gezag hebben, waren het op de zitting eens over deze regeling.
De minderjarige had een brief geschreven en hierover gesproken met de kinderrechter. De rechtbank nodigde de ouders en de Raad voor de Kinderbescherming uit voor een zitting, waar afspraken werden gemaakt over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling. De ouders spraken af dat de vakanties en feestdagen in onderling overleg worden verdeeld en dat de minderjarige vaker contact met haar vader kan hebben als zij dat wenst.
De Raad adviseerde de ouders hulp te zoeken bij het verbeteren van hun communicatie, omdat het contact tussen ouders en kind momenteel minimaal is en de minderjarige daar last van heeft. De rechtbank stuurde een brief aan de minderjarige waarin de beslissing en afspraken werden uitgelegd.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor deze geldt totdat een hoger beroep door het gerechtshof wordt beslist. De rechtbank benadrukte het belang van de wensen van de minderjarige en de noodzaak van goede communicatie tussen ouders in het belang van het kind.