Eiseres werd ernstig ziek op de eerste dag van haar nieuwe arbeidsovereenkomst en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV berekende het dagloon op basis van het inkomen in de referteperiode van 1 augustus 2020 tot 31 juli 2021, waarin zij slechts een bijbaan had. Eiseres stelde dat het dagloon representatiever zou zijn als het gebaseerd werd op het inkomen na haar ziekmelding, dat hoger was.
De rechtbank overwoog dat de Wet WIA en het Dagloonbesluit duidelijk de referteperiode bepalen als het jaar voorafgaand aan de ziekmelding. Afwijking van deze periode is niet mogelijk omdat de wetgever deze keuze bewust heeft gemaakt en de omstandigheden van eiseres heeft verdisconteerd. De rechtbank oordeelde dat het evenredigheidsbeginsel geen grond biedt om af te wijken van de wettelijke regeling.
Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Het UWV heeft de referteperiode correct toegepast en de hoogte van het dagloon en de WIA-uitkering blijven ongewijzigd. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.