Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 19 juni 2024 met producties,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser vordert een bedrag van €26.834,71 vermeerderd met rente en kosten van zijn voormalige advocaat wegens vermeende beroepsfouten tijdens een echtscheidingsprocedure. De advocaat zou onder meer de mondelinge behandeling hebben gemist en onvoldoende hebben geadviseerd over de appelprocedure, wat volgens eiser tot schade heeft geleid.
De rechtbank oordeelt dat het causaal verband tussen de gestelde tekortkomingen en de schade niet is vastgesteld. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij zonder de fouten geen hoger beroep zou hebben ingesteld, temeer omdat hij door zijn nieuwe advocaat tijdig is geïnformeerd over de risico’s en kansen van het hoger beroep en toch heeft gekozen dit door te zetten.
Verder is niet komen vast te staan dat het missen van de mondelinge behandeling heeft geleid tot de gevorderde schade, noch dat de advocaatkosten, beslagkosten en administratiekosten toewijsbaar zijn aan de beroepsfouten. Eiser was op de hoogte van de gevolgen van niet-betaling en koos ervoor niet te betalen.
De rechtbank wijst daarom alle vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten van €3.075,00, te vermeerderen met wettelijke rente en kosten van betekening bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot schadevergoeding wegens beroepsfouten van zijn advocaat worden afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.