Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[handelsnaam],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
[verzoeker] te schorsen na afloop van de schorsingstermijn als bedoeld in artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en die termijn te verlengen tot één jaar, derhalve tot 30 september 2024. [verzoeker] verzoekt verder de maandelijkse gebruiksvergoeding vast te stellen op € 1.988,24 en het voorschot van de servicekosten op € 240,00 per maand. Tot slot vraagt [verzoeker] om een veroordeling van de [gedaagde] in de kosten van dit geding, alsmede in de nakosten.
5.De beslissing
30 september 2024;