Uitspraak
1.De procedure
2.De beoordeling
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker heeft op 11 december 2024 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een hoofdzaak, waarbij hij stelde dat de rechter tijdens de zitting van 14 november 2024 partijdig was geweest. Omdat verzoeker een gemachtigde had, werd het verzoek op 12 december 2024 teruggezonden met het verzoek om ondertekening door de gemachtigde, wat op 16 december 2024 werd voldaan.
De wrakingskamer heeft het verzoek buiten zitting beoordeeld en geoordeeld dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend. Artikel 37 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist dat een wrakingsverzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden bekend zijn, wat in dit geval op of kort na de zitting van 14 november 2024 was.
Omdat het verzoek ruim een maand later werd ingediend, concludeerde de wrakingskamer dat het verzoek niet-ontvankelijk is. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.