Verzoekers, de kinderen van de erflaatster en hun vader, verzoeken de kantonrechter om ontslag van de oom van de kinderen als testamentair bewindvoerder wegens slecht beheer van de nalatenschap. De bewindvoerder heeft grote bedragen overgemaakt naar zijn eigen rekening zonder duidelijke verantwoording, heeft zonder vergoeding in een vakantiewoning van de nalatenschap gewoond en heeft nagelaten jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen.
De kantonrechter overweegt dat deze handelwijze niet strookt met een goed bewind en dat de bewindvoerder ernstig tekort is geschoten in zijn taak. Op grond van het testament en de wettelijke bepalingen wordt de bewindvoerder ontslagen en wordt de vader van de erfgenamen benoemd als opvolgend testamentair bewindvoerder.
De kantonrechter wijst erop dat de opvolgend bewindvoerder verplicht is om een boedelbeschrijving in te dienen en jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter en de erfgenamen. De mogelijkheid om een tweede bewindvoerder met toezichthoudende rol te benoemen wordt afgewezen vanwege praktische uitvoerbaarheid en testamentaire bepalingen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden bestreden bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.