Eiser heeft op 11 juni 2024 een verzoek ingediend op grond van de Wet open overheid (Woo). Verweerder, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van vier weken een besluit genomen, ondanks een eenmalige verlenging van twee weken. Eiser stelde verweerder op 28 juli 2024 in gebreke en diende op 13 augustus 2024 beroep in wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan een hoge werkdruk en personeelsproblemen. Verweerder verzocht om een verlenging van de beslistermijn tot eind oktober 2024, maar deze termijn is inmiddels ook verstreken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Verweerder moet bovendien het griffierecht van € 187,- aan eiser vergoeden.