ECLI:NL:RBMNE:2024:7167

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 november 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
24/4381
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij herbeoordeling UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op een verzoek om herbeoordeling van haar ex-werknemer. De rechtbank heeft eiseres meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht, conform artikel 8:41 Awb Pro.

Ondanks een aangetekende aanmaning en ontvangstbevestiging van deze aanmaning, heeft eiseres het griffierecht niet voldaan en geen geldige reden voor de niet-betaling gegeven. Hierdoor is de rechtbank niet bevoegd om het beroep inhoudelijk te behandelen.

De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4381

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2024 in de zaak tussen

[eiseres], statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres,
(gemachtigde: N. Krens),
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, verweerder,
(gemachtigde: mr. R.M.H. Rokebrand).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 27 juni 2024 tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling van haar
(ex-)werknemer [A] van 12 april 2022.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 371,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 4 juli 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. De brief is volgens de track en trace afgehaald bij een PostNL-punt, waar op 8 juli 2024 voor ontvangst is getekend.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro).
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van A.C. van de Biesebos, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
4 november 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.