Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een restauratievergunning voor het familiegraf op een gemeentelijke begraafplaats met monumentale status. Het college had de aanvraag afgewezen omdat de gevraagde wijziging niet passend zou zijn bij de monumentale waarde en afbreuk zou doen aan het aanzien van de begraafplaats.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de restauratie met Belgisch hardsteen niet passend zou zijn. Het aanwijzingsbesluit van de begraafplaats betreft de indeling en aanleg van de begraafplaats als geheel, maar niet de monumentale waarde van individuele graven, waaronder het familiegraf van eiser. Het college heeft ook nagelaten een zelfstandige motivering te geven voor de afwijzing op grond van afbreuk aan het aanzien van de begraafplaats.
De rechtbank kwalificeert het Deelplan Graven en Opstallen als een vaste gedragslijn die het college terecht heeft betrokken bij het besluit, ondanks dat het plan niet tijdig was gepubliceerd volgens de Wet elektronische publicaties. De rechtbank vernietigt het besluit vanwege strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle belangen opnieuw moeten worden afgewogen.