ECLI:NL:RBMNE:2024:7215

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 december 2024
Publicatiedatum
24 december 2024
Zaaknummer
UTR 24/4438
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, maar heeft het griffierecht van €51,- niet binnen de gestelde termijn betaald. De griffier heeft eiser op 3 juli 2024 geïnformeerd over de betaling en op 1 augustus 2024 een herinnering gestuurd, die op 15 augustus 2024 is opgehaald. Ondanks deze herinneringen ontving de rechtbank het griffierecht niet en heeft eiser geen geldige reden gegeven voor de niet-betaling.

Volgens artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet griffierecht worden betaald om het beroep inhoudelijk te kunnen behandelen. De rechtbank is daardoor niet bevoegd het beroep te behandelen en verklaart het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet nodig was in deze procedure. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.G.M. van Veen op 4 december 2024.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4438

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2024 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 januari 2024.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser heeft namelijk het griffierecht niet (op tijd) betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De griffier van de rechtbank heeft eiser in de brief van 3 juli 2024 geïnformeerd dat hij griffierecht moet betalen en dat dat uiterlijk vier weken na de datum van deze brief moet zijn betaald. Daarna heeft de griffier van de rechtbank eiser op 1 augustus 2024 een herinnering per aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens het track and trace-systeem op 15 augustus 2024 opgehaald bij het PostNL-punt.
5. De griffier van de rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van C.A.A.W. van der Heijden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.