ECLI:NL:RBMNE:2024:7240
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig pedagogisch medewerker, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering per 28 september 2023 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Zij stelde volledig arbeidsongeschikt te zijn en voerde onder meer onzorgvuldigheid van het medisch onderzoek aan.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede doordat eiseres in de primaire fase een fysiek spreekuur had gehad en de arts bezwaar en beroep voldoende had gemotiveerd waarom in bezwaar een telefonisch spreekuur volstond. De medische beoordeling van zowel psychische als lichamelijke klachten was consistent en goed onderbouwd, waarbij de aanvullende informatie van een fysiotherapeut geen aanleiding gaf tot wijziging van het oordeel.
Ook de arbeidskundige beoordeling was adequaat gemotiveerd en er was geen aanleiding om aan te nemen dat de vastgestelde verdiencapaciteit onjuist was. Gezien het ontbreken van voldoende medische onderbouwing voor de stellingen van eiseres, concludeerde de rechtbank dat het UWV terecht de uitkering had beëindigd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. Stijnen op 1 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is.