ECLI:NL:RBMNE:2024:7317

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
7 januari 2025
Zaaknummer
11147828 UC EXPL 24-3889
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 lid 4 Wet Aansprakelijkheid MotorrijtuigenArt. 15 lid 1 Wet Aansprakelijkheid MotorrijtuigenArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedaagde moet verzekeraar schadevergoeding narisicotermijn terugbetalen

Op 20 februari 2019 was gedaagde betrokken bij een scooterongeval terwijl de scooter niet meer verzekerd was bij Klaverblad. Klaverblad betaalde het slachtoffer een schadevergoeding op grond van de narisicotermijn en vordert van gedaagde terugbetaling van het resterende bedrag van €14.049,69 plus wettelijke rente en incassokosten.

Gedaagde betwist de hoogte van de schadevergoeding en stelt dat hij het bedrag niet in één keer kan betalen. Tijdens de zittingen gaf hij geen nadere uitleg of bewijs voor zijn twijfels en was hij afwezig bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter acht de door Klaverblad betaalde schadevergoeding en incassokosten bewezen en wijst de vordering toe.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van in totaal €16.008,58, inclusief rente en incassokosten, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het ook geldt tijdens een eventueel hoger beroep.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €16.008,58 aan Klaverblad inclusief rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Locatie Utrecht
Zaaknummer: 11147828 \ UC EXPL 24-3889 MvdH/40201
Vonnis van 18 december 2024
in de zaak van
KLAVERBLAD SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
eisende partij,
hierna te noemen: Klaverblad,
gemachtigde: mr. M.C. Franken-Schoemaker,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
In het dossier zitten de volgende stukken:
- de dagvaarding met negen producties van Klaverblad,
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 12 juni 2024, waarin het verweer van [gedaagde] tegen de vorderingen van Klaverblad is weergegeven.
1.2.
De zaak is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 29 november 2024. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt. Bij de mondelinge behandeling was mr. D.E. Burgers, kantoorgenoot van mr. Franken-Schoemaker, als gemachtigde van Klaverblad aanwezig. [gedaagde] was niet aanwezig.
1.3.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] is op 20 februari 2019 betrokken geweest bij een ongeluk met zijn scooter. Zijn scooter was tot 12 februari 2019 verzekerd bij Klaverblad. Op het moment van het ongeluk was de scooter dus niet verzekerd. Klaverblad eist in deze zaak dat [gedaagde] haar het resterende bedrag van € 14.049,69 aan schade betaalt dat zij op grond van de narisico-termijn [1] aan het slachtoffer heeft betaald. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Hij zegt dat hij het bedrag niet in één keer kan betalen en dat hij dacht dat de gevolgen van het ongeval voor het slachtoffer wel meevielen. Verder vraagt hij zich af of hij volgens de regels wel zoveel geld moet betalen. De kantonrechter geeft Klaverblad gelijk. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3.De beoordeling

[gedaagde] moet € 14.049,69 en de wettelijke rente aan Klaverblad betalen
3.1.
[gedaagde] heeft erkend dat hij met zijn scooter betrokken is geweest bij een ongeval en dat het slachtoffer schade heeft geleden. Ook staat vast dat Klaverblad een schadeuitkering aan het slachtoffer heeft gedaan en dat de scooter van [gedaagde] op het moment van het ongeval niet meer verzekerd was bij Klaverblad. De wet [2] regelt dat [gedaagde] die schade aan Klaverblad moet terugbetalen.
3.2.
[gedaagde] heeft op de rolzitting van 12 juni 2024 zijn twijfels geuit over de hoogte van de schadevergoeding die Klaverblad aan het slachtoffer heeft betaald. Hij heeft dit niet verder uitgelegd, terwijl de kantonrechter hem tijdens de rolzitting de mogelijkheid heeft gegeven om in een schriftelijke reactie eventueel aan de hand van bijlagen, uit te leggen waarom hij twijfelt. [gedaagde] heeft daar geen gebruik van gemaakt. Ook was hij niet aanwezig bij de mondelinge behandeling waardoor de kantonrechter niet meer informatie heeft gekregen over zijn twijfel over de hoogte van de schadevergoeding.
3.3.
De gemachtigde van Klaverblad heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat er veel mis was met de enkel van het slachtoffer en dat de schade van het slachtoffer daarom behoorlijk hoger uit is gevallen dan het aan hem betaalde voorschot van € 4.244,00. Ook heeft de gemachtigde toegelicht dat het totaalbedrag van € 18.684.69 daadwerkelijk door Klaverblad aan het slachtoffer is betaald. [gedaagde] was niet aanwezig bij de zitting en heeft dus ook niet gezegd dat dit niet klopt. Daarom staat voor de kantonrechter vast dat de schade die Klaverblad aan het slachtoffer heeft betaald klopt. Dat [gedaagde] niet aanwezig was op de zitting en daardoor niet kon reageren, is zijn eigen keuze geweest en komt voor zijn risico.
3.4.
De conclusie is dat [gedaagde] de gevorderde schadevergoeding van 14.049,69 aan Klaverblad moet betalen. Ook de gevorderde wettelijke rente, tot en met 4 april 2024 berekend op € 851,14, zal worden toegewezen. [gedaagde] heeft op de rolzitting aangegeven dat hij dit bedrag niet in één keer kan betalen. De kantonrechter begrijpt hieruit dat hij een betalingsregeling wil. De kantonrechter kan niet beslissen over een betalingsregeling. [gedaagde] zal hier mogelijk met Klaverblad iets over kunnen afspreken.
[gedaagde] moet buitengerechtelijke incassokosten betalen
3.5.
Klaverblad vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering toetst de kantonrechter aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De vordering van € 1.112,60 als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief van € 1.107,75 bij € 14.049,69 in hoofdsom. De kantonrechter wijst daarom € 1.107,75 toe. Klaverblad heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Omdat Klaverblad geen ondernemer is in de zin van de regelgeving over de btw, is de vergoeding verhoogd met btw.
3.6.
Uit het voorgaande volgt dat [gedaagde] in totaal het volgende bedrag aan Klaverblad moet betalen:
- hoofdsom
- wettelijke rente tot en met 4-4-2024

14.049,69
851,14
- buitengerechtelijke incassokosten
1.107,75
+
Totaal
16.008,58
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Klaverblad worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.468,37
3.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.9.
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Klaverblad te betalen een bedrag van € 16.008,58, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 14.049,69, met ingang van 5 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.468,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.E.J.A. Boots en in het openbaar uitgesproken door
mr. F.D.M. Osinga op 18 december 2024.

Voetnoten

1.zie artikel 13 lid 4 Wet Pro Aansprakelijkheid Motorrijtuigen (WAM)
2.zie artikel 15 lid 1 WAM Pro