Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over vochtproblemen in het gehuurde appartement. De huurcommissie had eerder de huurprijs tijdelijk verlaagd vanwege vochtproblemen in de badkamer. De verhuurder betwistte deze verlaging en vorderde dat de huurprijs niet zou worden verlaagd. De huurder vorderde herstel van de gebreken en een huurprijsvermindering.
De kantonrechter oordeelde dat het vochtprobleem in de badkamer een gebrek vormt dat het huurgenot vermindert en dat de verhuurder dit gebrek moet herstellen. Het vochtprobleem in de woonkamer kon niet worden vastgesteld als gebrek. De huurprijsvermindering van 60% vanaf 1 juli 2023 werd toegewezen omdat het gebrek het huurgenot ernstig aantast.
De verhuurder werd veroordeeld om binnen een maand na betekening aanvang te maken met herstel en binnen twee maanden het herstel te voltooien, onder dreiging van een dwangsom. De vordering tot terugbetaling van te veel betaalde huur werd afgewezen wegens onduidelijkheid over de betaalde bedragen. De verhuurder werd tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: Verhuurder moet vochtprobleem in badkamer herstellen en huurprijs verlagen met 60% vanaf 1 juli 2023.