Partijen, beiden met de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit, zijn in 1995 getrouwd in het Marokkaans Consulaat. De vrouw verzoekt de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap te regelen. De man betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelt dat Marokkaans recht van toepassing is op de verdeling van de woningen.
De rechtbank oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel II-ter en dat Nederlands recht van toepassing is op de echtscheiding en de verdeling van het huwelijksgoederenregime. Dit volgt uit het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 en de feitelijke omstandigheden, waaronder het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit door de man en het feit dat de woningen binnen de wettelijke gemeenschap vallen.
De rechtbank wijst de verzoeken van de man af en bepaalt dat de woning in Nederland verkocht moet worden, terwijl de woning in Marokko aan de man wordt toegedeeld tegen de getaxeerde waarde. De vrouw moet de man een compensatie betalen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, behalve de echtscheiding zelf.