Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Beoordeling
machtigentot het toepassen van verplichte zorg en niet over het
verplichtentot het toepassen van verplichte zorg. Dat betrokkene meent dat een bepaalde vorm van verplichte zorg niet is verleend terwijl dat wel had gemoeten, maakt dat dus niet anders. Weliswaar is de Wvggz wel van toepassing op de vraag of verplichte zorg tijdelijk moet worden onderbroken (artikel 8:17 Wvggz Pro) of moet worden beëindigd (artikel 8:18 Wvggz Pro), maar dat betreft de gehele machtiging en niet de onderbreking of beëindiging van een bepaalde vorm van verplichte zorg. [instelling 2] stelt in dit kader terecht dat met het ontslag van betrokkene uit de kliniek niet de verplichte zorg in zijn geheel is onderbroken of beëindigd.