ECLI:NL:RBMNE:2024:7409
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep op Woo-verzoek
Eiser had beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn Woo-verzoek om openbaarmaking van documenten over wettelijke verplichtingen voor burgers. De rechtbank verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens niet tijdig beslissen, maar constateerde een gebrek in het besluit van de minister.
Na een herstelpoging door de minister trok eiser zijn beroep in onder voorbehoud van vergoeding van proceskosten en griffierecht. De minister stemde in met vergoeding van het griffierecht en een deel van de proceskosten gerelateerd aan aanwezigheid bij de zitting.
De rechtbank oordeelde dat de minister de proceskosten tot een bedrag van € 99,69 en het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden. Vergoeding van overige verletkosten werd afgewezen omdat deze niet verband hielden met de zitting.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting, op basis van de ingediende stukken, en de minister werd veroordeeld tot betaling van de genoemde bedragen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 99,69 en het griffierecht van € 184,- aan eiser.