Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 4,
- de conclusie van repliek met productie 12,
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder had van oktober 2020 tot december 2023 een zelfstandige woning gehuurd en betaalde bij aanvang een waarborgsom van €1.458,00. Na oplevering betaalde de verhuurder een deel terug, maar hield een bedrag van €1.042,94 achter wegens vermeende schade. De huurder vorderde het resterende bedrag plus wettelijke rente en kosten.
De verhuurder stelde dat de huurder schade had veroorzaakt aan de woning, waaronder een gebarsten inductiekookplaat, vlekken op de muur, een beschadigd kozijn en defecte onderdelen van vriezer en koelkast, en wilde deze kosten verrekenen met de waarborgsom. De kantonrechter oordeelde dat de huurder de kookplaat adequaat had hersteld door een werkend exemplaar te plaatsen en dat de overige gebreken onvoldoende waren onderbouwd als schade die aan de huurder toe te rekenen was.
De kantonrechter wees de vordering van de huurder toe, inclusief een redelijke vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, en veroordeelde de verhuurder tot betaling van het volledige resterende bedrag van de waarborgsom plus rente. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De verhuurder moet het resterende deel van de waarborgsom terugbetalen aan de huurder, vermeerderd met rente en kosten.