De zaak betreft een geschil tussen verzekeraars en een beveiligingsbedrijf dat legionellacontroles uitvoerde voor de KNVB. Verzekeraars vorderen een verklaring voor recht dat gedaagde aansprakelijk is voor waterschade door wateroverlast in een technische ruimte, veroorzaakt door het niet uitzetten van een oogdouche.
De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat een medewerker van gedaagde de oogdouche heeft laten aanstaan. Er is onvoldoende bewijs dat niemand anders in de technische ruimte is geweest tussen 25 en 29 juli 2019. De werkinstructies en verklaringen wijzen erop dat een medewerker van de Koninklijke Nederlandse Zwembond op 26 juli 2019 mogelijk de oogdouche heeft gebruikt.
Daarnaast is het causale verband tussen het handelen van gedaagde en de schade niet vastgesteld. Het onderzoek heeft niet uitgesloten dat de wateroverlast door andere oorzaken is ontstaan. De vorderingen van verzekeraars worden daarom afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.