In deze civiele zaak vordert [handelsnaam] schadevergoeding van [gedaagde] wegens onjuist advies bij de aanvraag van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) over het derde kwartaal van 2021. Partijen hadden een mondelinge overeenkomst waarbij [gedaagde] [handelsnaam] adviseerde over coronasteun. De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] tekort is geschoten door onjuist te adviseren dat [handelsnaam] niet voor TVL in aanmerking kwam, waardoor de aanvraag te laat was en niet in behandeling is genomen.
De rechtbank stelt vast dat de algemene voorwaarden van [gedaagde] niet van toepassing zijn op de mondelinge overeenkomst over coronasteun, zodat een beroep op exoneratie faalt. De rechtbank beoordeelt ook het causale verband en concludeert dat [handelsnaam] aan de voorwaarden voor TVL voldeed, onder meer door het overleggen van een bewaringsovereenkomst en facturen voor werkruimte, ondanks betwisting van authenticiteit door [gedaagde].
De schade wordt vastgesteld op €50.000, gebaseerd op eerdere toekenning van TVL in 2020 en de omzetgegevens uit 2019. De rechtbank wijst de betwisting van [gedaagde] af wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast wordt wettelijke rente toegewezen vanaf 1 december 2021, de dag na de uiterste aanvraagdatum. Buitengerechtelijke incassokosten worden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs van meer dan een eenvoudige sommatiebrief.
Tot slot veroordeelt de rechtbank [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van [handelsnaam] en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.