ECLI:NL:RBMNE:2024:7474

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 december 2024
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
C/16/581032 / JL RK 24-703
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens fragiele thuissituatie en hulpverlening

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2019. De minderjarige woont bij zijn moeder, die belast is met het ouderlijk gezag. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 8 december 2024.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, was de moeder telefonisch aanwezig en vertegenwoordigd door een medewerker van de GI. De vader was niet aanwezig, hoewel correct opgeroepen. De GI gaf aan dat ondanks positieve stappen de situatie fragiel blijft en dat hulpverlening, waaronder huishoudelijke hulp, specialistische dagopvang en weekendpleegzorg, noodzakelijk blijft. De schoolgang van de minderjarige blijft een punt van zorg.

De moeder stemde in met de verlenging, omdat zij de ondersteuning van de GI waardeert. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan en verlengde de ondertoezichtstelling tot 8 december 2025. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 8 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/581032 / JL RK 24-703
Datum uitspraak: 3 december 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[vader] ,
hierna te noemen de vader.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 10 september 2024.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 december 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder (telefonisch);
- [A] namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 december 2023 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 8 december 2024.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI geeft aan dat de moeder de afgelopen periode veel stappen heeft gezet, maar dat het nog fragiel is. Er is nog veel hulpverlening betrokken om ervoor te zorgen dat het goed blijft gaan. Zo komt er wekelijks een huishoudelijke hulp langs om de woning van de moeder schoon te maken, gaat [minderjarige] naar specialistische dagopvang [instelling] en zal er weekendpleegzorg ingezet worden. Een zorg blijft de schoolgang van [minderjarige] . Hij is veel afwezig geweest. De GI vindt het belangrijk om de moeder te helpen bij het bevorderen van de schoolgang van [minderjarige] . Volgens de GI zijn nog niet alle doelen van de ondertoezichtstelling behaald en is het de bedoeling dat de moeder het komende jaar steeds meer zelfstandig in staat zal zijn om voor [minderjarige] (en het huishouden) zorg te dragen, zodat de hulpverlening langzamerhand afgeschaald kan worden.
4.2.
De moeder kan instemmen met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij vindt het fijn dat de GI nog een jaar betrokken blijft om haar te ondersteunen nu alle hulpverlening loopt.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. [1] De kinderrechter overweegt daartoe het volgende.
5.2.
Er zijn de afgelopen periode positieve stappen gezet, maar het is nog pril en er moet bezien worden hoe de hulpverlening de komende periode verloopt. Weekendpleegzorg zal binnenkort starten om te kijken of de moeder in de weekenden af en toe ontlast kan worden. Er zijn nog een aantal doelen waaraan gewerkt moet worden, zoals het bevorderen van de schoolgang van [minderjarige] , het behouden van een hygiënische veilige leefomgeving voor [minderjarige] en het bieden van voldoende structuur en stimulans aan [minderjarige] zodat hij zich goed kan ontwikkelen.
5.3.
Het is daarom belangrijk dat de GI betrokken blijft om de moeder te ondersteunen, zodat de door de GI gestelde doelen behaald kunnen worden. Ook komt de vader van [minderjarige] binnenkort weer bij [minderjarige] en de moeder wonen. Hier dient vanuit de GI ook aandacht voor te zijn. De huidige situatie moet gestabiliseerd worden, zodat de hulpverlening op den duur afgeschaald kan worden en de moeder er steeds meer zelfstandig, in samenwerking met de vader, voor zorg kan dragen dat [minderjarige] op een fijne manier opgroeit.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 8 december 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2024 door mr. D. van Bloemendaal, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salomé als griffier, en op schrift gesteld op 17 december 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Artikel 1:260, eerste lid, BW.