ECLI:NL:RBMNE:2024:7478

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
15 november 2024
Publicatiedatum
29 januari 2025
Zaaknummer
C/16/578789 / FL RK 24-767
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige zorgregeling en kerstvakantieverblijf bij vader in echtscheidingsprocedure

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 15 november 2024 een voorlopige voorziening getroffen in het kader van een echtscheidingsprocedure tussen de vader en de moeder van twee minderjarige kinderen geboren in 2019 en 2020.

De vader verzocht om een zorgregeling waarbij de kinderen op woensdag, donderdag en zondag bij hem verblijven en om de kerstvakantie 2024 geheel aan hem toe te wijzen. De moeder voerde aanvullend verweer en stelde een afwijkende regeling voor, met name over de woensdag vanwege de zwemles van het jongste kind.

De rechtbank oordeelde dat de ouders het in grote lijnen eens zijn over de voorgestelde zorgregeling en dat het belang van de kinderen gediend is met de omgang op woensdag, ondanks de bezwaren van de moeder over reistijd en wachttijd. De vader moet de woensdag zo prettig mogelijk invullen voor de kinderen. Over de herfstvakantie 2024 werd het verzoek afgewezen omdat deze reeds voorbij was.

Voor de kerstvakantie 2024 is overeenstemming bereikt dat de kinderen van maandag 30 december 2024 tot en met zondag 5 januari 2025 bij de vader verblijven. De rechtbank wees de overige verzoeken af en bepaalde de voorlopige zorgregeling voor de duur van de echtscheidingsprocedure.

Uitkomst: De rechtbank stelt een voorlopige zorgregeling vast waarbij de kinderen op woensdag, donderdag en zondag bij de vader verblijven en bepaalt dat zij de kerstvakantie 2024 geheel bij de vader doorbrengen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
Locatie Almere
zaaknummer: C/16/578789 / FL RK 24-767
Voorlopige voorzieningen
Beschikking van 15 november 2024
in de zaak van:
[de vader],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. H.I. Park,
tegen
[de moeder],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.B. de Jong.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft op 29 augustus 2024 de beslissing over de zorgregeling voor de duur van de procedure aangehouden, omdat de ouders samen hebben besloten in mediation te gaan. Het verzoek heeft betrekking op de minderjarige kinderen:
[minderjarige 1], geboren op [2019] in [geboorteplaats] en
[minderjarige 2], geboren op [2020] in [geboorteplaats] .
1.2.
De rechtbank heeft daarna de volgende stukken ontvangen:
  • het bericht van de vader van 12 september 2024;
  • het gewijzigde verzoekschrift van de vader van 23 oktober 2024;
  • het bericht (met bijlage) van de vader van 28 oktober 2024;
  • het aanvullende verweerschrift (met bijlagen) van de moeder van 31 oktober 2024;
  • het bericht (met bijlage) van de vader van 31 oktober 2024.
1.3.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
1 november 2024. Daarbij waren aanwezig:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat.

2.Waar deze procedure over gaat

2.1.
De vader verzoekt de rechtbank, na wijziging van zijn verzoeken:
  • te bepalen dat er een voorlopige regeling wordt vastgesteld waarbij de kinderen iedere woensdag van 11.45 uur tot 18.00 uur (beide ouders zijn aanwezig bij de zwemles van [minderjarige 1] ), iedere donderdag van 15.15 uur tot 18.30 uur en iedere zondag van 11.00 uur tot 18.30 uur bij de vader verblijven;
  • de volgende verdeling van de herfstvakantie 2024 te bepalen: de kinderen verblijven op maandag, donderdag en zondag vanaf 11.00 uur tot 19.00 uur bij de vader;
  • de volgende verdeling van de kerstvakantie 2024 te bepalen: de kinderen verblijven op maandag 30 december 2024 11.00 uur tot en met zondag 5 januari 2025 18.30 uur bij de vader.
2.2.
De moeder heeft aanvullend verweer gevoerd en de rechtbank bij zelfstandig verzoek verzocht te bepalen dat de kinderen elke zondag van 11.00 uur tot 18.00 uur, elke maandag- en donderdagmiddag uit school van 15.15 uur tot 18.00 uur plus enkele dagen in de komende schoolvakanties (zoals omschreven onder randnummer 9 van het verzoek) bij de vader zullen verblijven.
2.3.
Voor de overige vaststaande feiten verwijst de rechtbank naar de beschikking van deze rechtbank van 29 augustus 2024.

3.De beoordeling

De zorgregeling
3.1.
De rechtbank zal de volgende zorgregeling vaststellen: de kinderen verblijven iedere woensdag van 11.45 uur tot 18.00 uur, iedere donderdag van 15.15 uur tot 18.30 uur en iedere zondag van 11.00 uur tot 18.30 uur bij de vader. De rechtbank neemt deze beslissing omdat de ouders het in grote lijnen eens zijn over deze regeling. Op dit moment wordt ook al uitvoering gegeven aan deze regeling. Alleen over de woensdag is er discussie. De moeder vindt dat de kinderen, in verband met de zwemles van [minderjarige 1] in [plaats] van 14.30 uur tot 15.15 uur, teveel tussen [plaats] en [plaats] moeten reizen, dan wel te lang in [plaats] moeten ‘rondhangen’ om de tijd te overbruggen. Dit vindt zij niet in het belang van de kinderen. De moeder heeft daarom voorgesteld dat er geen omgang op woensdag is, maar op maandag. De vader betwist dat hij met de kinderen rondhangt in [plaats] . Hij probeert de tijd voor de kinderen zo prettig mogelijk in te vullen. Hij wil de omgang op woensdag houden, omdat de kinderen dan eerder vrij zijn van school en hij daardoor wat extra tijd met de kinderen kan doorbrengen.
De rechtbank vindt dat er vastgehouden moet worden aan de omgang op woensdag. De kinderen zijn hieraan gewend en de omgang met de vader is beperkt, waardoor de rechtbank deze niet nog verder wil inperken. Het is voor de kinderen belangrijk dat zij ook voldoende tijd met hun vader doorbrengen. De vader moet ervoor zorgen dat hij de omgang op een zo prettig mogelijke wijze voor de kinderen invult, waarbij zij niet teveel heen en weer hoeven te reizen. De ouders zijn tijdens de zitting overeengekomen dat zij een schriftje mee zullen geven bij de overdracht van de kinderen om op die manier elkaar van informatie over de kinderen te voorzien. Ook heeft de vader aangegeven dat hij gedurende de voorlopige regeling bereid is om de kinderen op te halen en terug te brengen.
De vakanties
3.2.
Het verzoek ten aanzien van de herfstvakantie van 2024 zal de rechtbank afwijzen, nu de ouders daar geen belang meer bij hebben. De herfstvakantie is inmiddels geweest. Over de kerstvakantie van 2024 hebben de ouders overeenstemming weten te bereiken. De kinderen zullen bij de vader verblijven vanaf maandag 30 december 2024 11.00 uur tot en met zondag 5 januari 2025 18.30 uur.
Hierna volgt de beslissing. De rechtbank gebruikt daar de begrippen uit de wet.

4.De beslissing

voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank
4.1.
bepaalt dat de volgende zorgregeling geldt: de kinderen verblijven iedere woensdag van 11.45 uur tot 18.00 uur, iedere donderdag 15.15 uur tot 18.30 uur en iedere zondag van 11.00 uur tot 18.30 uur bij de vader;
4.2.
bepaalt dat de kinderen gedurende de kerstvakantie van 2024 bij de vader zullen verblijven vanaf maandag 30 december 2024 11.00 uur tot en met zondag 5 januari 2025 18.30 uur;
4.3.
wijst de verzoeken van de ouders voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. P.K. Nihot, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. I.R.S. Salomé, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 november 2024.