In deze zaak staat de erfdienstbaarheid tussen een bedrijfsgebouw en een naastgelegen woning centraal. De eigenaar van het bedrijfsgebouw vordert dat de nieuwe eigenaren van de woning de blokkades van een koekoeksluik en een raam verwijderen, omdat dit in strijd zou zijn met de erfdienstbaarheid. De nieuwe eigenaren hebben het luik en raam echter geblokkeerd.
De rechtbank stelt vast dat de erfdienstbaarheid betrekking heeft op het koekoeksluik en het raam, en dat de nieuwe eigenaren deze moeten dulden en de blokkades moeten verwijderen. Wel moet het raam, dat zicht biedt op de tuin van de woning, worden voorzien van melkglas of zichtwerend folie om de privacy van de bewoners te beschermen.
De rechtbank wijst de vordering van de eigenaar van het bedrijfsgebouw toe om de blokkades te verwijderen en legt een dwangsom op bij niet-nakoming. Tegelijkertijd wordt de eigenaar van het bedrijfsgebouw veroordeeld om het raam ondoorzichtig te maken. Proceskosten worden verdeeld waarbij de nieuwe eigenaren de kosten van de eigenaar van het bedrijfsgebouw moeten vergoeden en vice versa voor de reconventionele vordering.