Eiseres en haar ex-partner waren getrouwd in gemeenschap van goederen en hadden een levensverzekering bij Scildon. Na de echtscheiding werd een maritaal derdenbeslag gelegd op de levensverzekering om verduistering te voorkomen. De waarde van de verzekering daalde echter aanzienlijk door fondswisselingen die de verzekeringnemer uitvoerde, wat leidde tot een lagere uitkering aan eiseres.
Eiseres vorderde betaling van het misgelopen bedrag en stelde dat de fondswisselingen niet hadden mogen plaatsvinden vanwege de blokkerende werking van het maritaal beslag op grond van artikel 479kc Rv. Zij stelde ook dat Scildon tekort was geschoten in de nakoming en aansprakelijk was wegens wanprestatie en onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelde dat fondswisselingen geen rechtshandelingen zijn en dus niet onder de blokkerende werking van het beslag vallen. Bovendien was eiseres niet onherroepelijk als begunstigde aangewezen, zodat haar toestemming voor fondswisselingen niet vereist was. Scildon had zich gehouden aan haar verplichtingen en de vorderingen werden afgewezen.