De huurder heeft een huurachterstand van €1.061,56, minder dan drie maanden huur, en betaalt sinds augustus 2023 de lopende huur plus een extra bedrag om de achterstand in te lopen. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, maar de kantonrechter wijst deze vorderingen af omdat de huurachterstand niet ernstig genoeg is en de huurder geen eerdere veroordeling heeft.
De kantonrechter bevestigt dat de huurder de achterstallige huur en de wettelijke rente moet betalen, aangezien hij dit ook erkent. De verhuurder vordert daarnaast buitengerechtelijke incassokosten, maar deze worden afgewezen omdat het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden oneerlijk is en afwijkt van het wettelijke maximum, waardoor het beding buiten toepassing blijft.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct gevolgd moet worden, ook bij hoger beroep.