Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[eiseres sub 1] B.V.,
2.
[eiseres sub 2] B.V.,
Rechtbank Midden-Nederland
Op 4 februari 2019 sloten partijen een kredietovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarop de Algemene Bankvoorwaarden en de Algemene voorwaarden voor bedrijfsfinancieringen van Rabobank 2018 van toepassing zijn.
Rabobank zegde de kredietovereenkomst op 21 april 2023 op met een opzegtermijn van zes maanden, vanwege zorgen over de financiële positie van eiseres en het ontbreken van inzage in bepaalde financiële documenten. Eiseres vorderde in kort geding dat Rabobank de overeenkomst moest voortzetten, wat zij tijdens de mondelinge behandeling deels introk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Rabobank bevoegd was de overeenkomst op te zeggen op grond van de contractuele bepalingen en dat de opzegging niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De bank had een ruime opzegtermijn gehanteerd en had geen zorgplicht geschonden. De vordering van eiseres werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Rabobank de kredietovereenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd en wijst de vorderingen van eiseres af.