De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland om gedeeltelijk gezag te verkrijgen over twee minderjarige kinderen met betrekking tot medische behandelingen. De kinderen verblijven in een pleeggezin en zijn onder toezicht gesteld. De vader, die het gezag heeft, weigert regelmatig toestemming te geven voor noodzakelijke medische handelingen en diagnostiek, wat de uitvoering van de ondertoezichtstelling belemmert.
De kinderrechter overweegt dat inschrijving bij een huisarts en diagnostisch onderzoek onder de reikwijdte van artikel 1:265e BW vallen en noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de kinderen. De vader werpt belemmeringen op die schadelijk zijn voor de kinderen, met name voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] die ADHD heeft en niet tot leren komt op school. De kinderrechter acht de inbreuk op het gezag van de vader gerechtvaardigd omdat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn.
Voor het kind ouder dan twaalf jaar wordt overwogen dat het niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen bij medische beslissingen die tegen het standpunt van de vader ingaan, waardoor toepassing van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst niet volledig passend is. De beslissing geldt tot het einde van de uithuisplaatsing, 30 mei 2025, en wordt geregistreerd in het gezagsregister.