Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte met bijlage [2] van 28 april 2023– zakelijk weergegeven – het volgende verklaard:
dunne darm heeft meerdere gaten door een patroon waardoor de artsen een stuk hebben verwijderd;
een kogel is net boven het schaambeen heengegaan, vervolgens door de dikke darm heen en heeft een uitschot ter hoogte van mijn stuitje;
de drie patronen in mijn lichaam laten de artsen zitten.
ter terechtzitting van 2 februari 2024verklaard:
proces-verbaal van bevindingen met fotobijlage [3] van 28 april 2023– zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
proces-verbaal van bevindingen [4] van 5 september 2023– zakelijk weergegeven – het volgende gerelateerd:
ter terechtzitting van 2 februari 2024verklaard:
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN EN VAN VERDACHTE
Dus ik volgde hem en uit automatisme ben ik gaan schieten” [5] . Dit wijst er op dat verdachte zelf opnieuw de confrontatie heeft gezocht en niet heeft geprobeerd aan een vermeende aanranding te ontkomen of zich daartegen te verdedigen.
7.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaren,met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Hierbij wijkt de rechtbank bij de straftoemeting af van de vordering van de officier van justitie, omdat deze straf beter past bij de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd.
8.BENADEELDE PARTIJ
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 36f, 45, 57, 287 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
10.BESLISSING
gevangenisstraf van 8 (acht) jaren;
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 27.398,80 bestaande uit een vergoeding van € 7.398,80 aan materiële schade en een vergoeding van € 20.000,- aan immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 27 april 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft de meer gevorderde materiële schade niet ontvankelijk;
- wijst de vordering voor wat betreft de meer gevorderde immateriële schade af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 27.398,80 betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente gerekend vanaf 27 april 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 171 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
voorgenomen misdrijf niet is voltooid;