Eiseres heeft op 26 augustus 2024 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Midden-Nederland. Voor het behandelen van dit verzoek is griffierecht verschuldigd, vastgesteld op €187,-. Eiseres heeft het griffierecht niet tijdig betaald en heeft vervolgens een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De rechtbank heeft het eerste beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat eiseres niet heeft gereageerd op het verzoek tot onderbouwing. Na een tweede poging met aanvullende informatie werd ook dit beroep afgewezen wegens onvoldoende inzicht in inkomen en vermogen. De rechtbank heeft de betaling van het griffierecht niet ontvangen binnen de gestelde termijn.
Daarom verklaart de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en behandelt zij de zaak niet inhoudelijk. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter K. de Meulder op 17 december 2024.