De rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 augustus 2024 een beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen geboren in 2018 en 2019. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de verlenging vanwege blijvende zorgen over de ontwikkeling van de kinderen en de problematische communicatie tussen de ouders. De gecertificeerde instelling (GI) stelde dat de ondertoezichtstelling geen haalbare maatregel meer is, mede door het niet van de grond komen van het thuisonderzoek bij de vader, veroorzaakt door gemeentelijke financieringsproblemen.
De vader stemde in met de verlenging, maar verzocht onder de geschillenregeling om diverse zelfstandige verzoeken, waaronder wijziging van hoofdverblijfplaats en machtigingen met betrekking tot de kinderen. De moeder was het eens met de verlenging, maar verzette zich tegen de benoeming van een andere GI en de verzoeken van de vader.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling waren vervuld, gezien de aanhoudende zorgen en de noodzaak van betrokkenheid van de GI. De verzoeken van de vader vielen niet onder de geschillenregeling en waren bovendien gericht tegen de moeder, waardoor hij niet-ontvankelijk werd verklaard. De ondertoezichtstelling werd verlengd tot 18 mei 2025 en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.