ECLI:NL:RBMNE:2024:7632

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 november 2024
Publicatiedatum
18 maart 2025
Zaaknummer
UTR 24/5822
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.C. van Stijnen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen UWV op verzoek herbeoordeling

Stichting GO! heeft op 24 maart 2022 een verzoek tot herbeoordeling van een werknemer ingediend bij het UWV. Nadat het UWV niet tijdig had beslist, stelde Stichting GO! het UWV op 16 september 2022 in gebreke. Het UWV kende vervolgens een vergoeding toe wegens de te late beslissing. Desondanks diende Stichting GO! pas op 3 september 2024 een beroep in tegen het uitblijven van een besluit.

De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting en heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank oordeelde dat het beroep onredelijk laat was ingediend, mede omdat Stichting GO! pas bijna twee jaar na de ingebrekestelling het beroep indiende. De door Stichting GO! aangevoerde telefonische contacten met het UWV en capaciteitsproblemen bij het UWV en de rechtspraak werden niet als voldoende reden gezien om de late indiening te rechtvaardigen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees zij een vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter R.C. van Stijnen op 7 november 2024.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het UWV is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5822

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2024 in de zaak tussen

Stichting GO!, te Lelystad, eiseres,

(gemachtigde: C.I. Nouse),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres, omdat het Uwv niet op tijd heeft beslist op haar verzoek om herbeoordeling van haar (ex-) werknemer van 24 maart 2022. Vanwege het uitblijven van een beslissing op dit verzoek heeft eiseres het Uwv bij brief van 16 september 2022 in gebreke gesteld.
Op 3 september 2024 heeft eiseres een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2.1
Artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijk wordt gesteld met een besluit.
2.2
Artikel 6:12, tweede lid, onder b, van de Awb bepaalt dat het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingesteld kan worden wanneer twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft meegedeeld dat het in gebreke is.
2.3
Artikel 6:12, vierde lid, van de Awb bepaalt dat het beroep niet-ontvankelijk is als het beroep onredelijk laat is ingediend.
3. De wetgever heeft geen termijn vastgesteld voor het antwoord op de vraag wanneer een beroep onredelijk laat is ingediend. De beantwoording van de vraag of een beroepschrift dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, onredelijk laat is ingediend, is afhankelijk van de omstandigheden die volgens de belanghebbende de oorzaak zijn dat het beroepschrift zo laat is ingediend. Daarbij is relevant of er nog contact heeft plaatsgevonden tussen het bestuursorgaan en de belanghebbende, hoeveel contact er heeft plaatsgevonden en wat de inhoud daarvan was. Van belang is ook of de belanghebbende zich actief en alert heeft opgesteld.
4. Eiseres heeft op 24 maart 2022 een verzoek om herbeoordeling gedaan.
5. Zoals in het procesverloop is vermeld heeft eiseres het Uwv op 19 september 2022 in gebreke gesteld, waarna het Uwv bij besluit van 23 november 2022 aan eiseres een vergoeding van € 1.442,- voor het te laat beslissen heeft toegekend. Daarna heeft eiseres en op 3 september 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar verzoek om herbeoordeling.
6. De rechtbank heeft eiseres bij brief van 11 oktober 2024 gevraagd om toe te lichten wanneer de in het beroepschrift vermelde telefonische contacten met het Uwv hebben plaatsgevonden. In reactie hierop heeft eiseres de rechtbank bij brief van 16 oktober 2024 meegedeeld dat zij telefonische contacten niet vastlegt, tenzij hieruit relevante informatie voor een dossier blijkt. Eiseres vindt dat zij niet onredelijk laat beroep heeft ingesteld. De vertraging bij het indienen van het beroepschrift kan volgens eiseres worden toegeschreven aan de capaciteitsproblemen bij het Uwv en de systemische overbelasting van de rechtspraak, indien alle partijen die het Uwv in gebreke hebben gesteld, beroep zouden instellen.
7. De rechtbank is van oordeel dat eiseres, door pas één jaar en elf maanden na de ingebrekestelling het beroepschrift in te dienen, het beroep onredelijk laat heeft ingediend. De niet geconcretiseerde stelling van eiseres dat zij meerdere malen telefonisch contact heeft onderhouden met het Uwv om naar de stand van zaken te vragen, is onvoldoende voor de rechtbank om anders over de te late indiening te oordelen. Ook de door eiseres genoemde problemen bij het Uwv en de rechtbank ziet de rechtbank niet als goede redenen om zo lang te wachten met het instellen van beroep.
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. van Stijnen rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.