De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt met spoed een machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2008, die sinds 7 mei 2024 weer bij haar ouders woont na een verblijf in een gesloten jeugdhulpaccommodatie. De MST-behandeling was vertraagd door financieringsproblemen en startte uiteindelijk op 29 mei 2024. Op 30 mei 2024 liep de minderjarige van huis en verbleef sindsdien bij een meerderjarige jongen die haar gratis wiet gaf.
De minderjarige gebruikt dagelijks wiet, snijdt zichzelf en heeft suïcidegedachten zonder daaraan toe te geven. Zij wil niet terug naar huis vanwege ruzies en geeft de voorkeur aan begeleid wonen. De GI acht terugkeer naar huis niet raadzaam en verzoekt daarom spoedig tot uithuisplaatsing. De kinderrechter oordeelt dat onmiddellijke uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor de minderjarige.
De kinderrechter verleent een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken, verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad en stelt de verdere behandeling aan tot 27 juni 2024. De GI, ouders en minderjarige worden opgeroepen voor een mondelinge zitting om hun mening te geven. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.