ECLI:NL:RBMNE:2024:780
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing taxatiematrix
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €441.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Na bezwaar handhaafde de heffingsambtenaar deze waarde, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix gebaseerd op referentiewoningen, maar gebruikte daarin een onjuiste grondstaffel en een afwijkend indexeringspercentage zonder verklaring. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en betwistte de gebruikte indexering. Eiser overhandigde een woningwaarderapport, maar gaf onvoldoende inzicht in de verschillen met referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat geen van beide partijen de WOZ-waarde aannemelijk had gemaakt. Daarom stelde de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €430.000. Tevens werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €430.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aangepast.