ECLI:NL:RBMNE:2024:784
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende onderbouwing taxatie-opbouw
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €425.000 voor het belastingjaar 2022 met waardepeildatum 1 januari 2021. Na bezwaar en een bestreden uitspraak handhaafde de heffingsambtenaar deze waarde. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat noch de heffingsambtenaar noch eiser de WOZ-waarde aannemelijk heeft gemaakt. De heffingsambtenaar heeft onvoldoende inzicht gegeven in de wijze waarop correcties op de onderlinge verschillen tussen de woning en referentiewoningen zijn toegepast, waardoor de taxatie-opbouw niet controleerbaar is. Eiser heeft een lagere waarde van €399.000 bepleit, maar deze onvoldoende onderbouwd.
Omdat geen van beide partijen voldoende bewijs leverde, stelt de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €420.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden uitspraak vernietigd en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd. Tevens wordt de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €420.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aangepast.