ECLI:NL:RBMNE:2024:789

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 februari 2024
Publicatiedatum
15 februari 2024
Zaaknummer
UTR 23/1174
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet waardering onroerende zakenArt. 30a Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering WOZ-waarde woning na compromis tussen eigenaar en gemeente

Eiser betwistte de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in [plaats], vastgesteld op €264.000 per 1 januari 2021. Na bezwaar en een uitspraak die het bezwaar ongegrond verklaarde, stelde eiser beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.

Tijdens de online zitting op 11 januari 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd vastgesteld op €240.000. De rechtbank sloot zich bij dit compromis aan en oordeelde dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd moet worden.

De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tevens tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. Tevens wees de rechtbank op de nieuwe wettelijke verplichting dat vergoedingen alleen op een bankrekening op naam van eiser mogen worden uitbetaald.

De uitspraak vernietigt de eerdere uitspraak op bezwaar en bepaalt dat de nieuwe WOZ-waarde en belastingaanslag gelden. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €240.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig aangepast.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/1174

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente](de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: F.W. Hoffman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de [adres] te [plaats] (de woning).
1.1
In de beschikking van 25 februari 2022 (het primaire besluit) heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de woning voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 264.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2021. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2
Eiser heeft tegen het primaire besluit in bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 31 januari 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
1.4
Het beroep is behandeld op de online zitting van 11 januari 2024. Verschenen zijn: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar samen met [taxateur] , taxateur.

Overwegingen

2. Eiser is eigenaar van de woning, een rijwoning die in 1899 is gebouwd. De woning heeft een hoofdgebouw met een oppervlakte van 59 m², een houten pand van 5 m², een aanbouw van 7 m², 4 grote dakkapellen en twee kleine dakkapellen. De woning ligt op een perceel van 100 m².
3. Partijen zijn bij wijze van compromis overeengekomen dat de waarde in het economisch verkeer van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2021 € 240.000,- moet bedragen en dat de heffingsambtenaar veroordeeld wordt in de proceskosten voor een bedrag van € 2.032,76, inclusief € 50,- griffierecht. De rechtbank sluit zich hierbij aan.

Conclusie en gevolgen

4. Gelet op het compromis zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren, het bestreden besluit vernietigen, de waarde van de woning aan de [adres] te [plaats] op de waardepeildatum 1 januari 2021 verminderen tot een bedrag van € 240.000,- en bepalen dat de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig wordt verminderd.
4.1
De rechtbank zal tevens bepalen dat de heffingsambtenaar aan eiser het door hem betaalde griffierecht moet vergoeden en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van een bedrag van € 1.982,76 aan proceskosten aan eiser.
4.2
De rechtbank wijst de heffingsambtenaar erop dat op 1 januari 2024 artikel 30a van de Wet WOZ in werking is getreden. De heffingsambtenaar mag op grond van deze uitspraak te vergoeden bedragen voor proceskosten en griffierecht uitsluitend uitbetalen op een bankrekening die op naam staat van eiser. Dat volgt uit artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ, waarvoor geen overgangsrecht geldt.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning tot een bedrag van € 240.000,- ;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig dient te worden verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 1.982,76 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. R. van Manen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.